Logo
 

Sezen Weblog

 
 
09 juli 2010
 
Column: Je geld of je leven
Een jaar of vijf geleden ‘hielp’ ik een vriend. Hij werkte in een nogal conjunctuur gevoelige branche, laten we het om de aandacht vast te houden de entertainment industrie noemen. We spraken af op een terrasje – niet in onze stamkroeg – en slobberend van een kop koffie gaf hij zijn voorstelling: zijn inkomen was de afgelopen jaren best stabiel geweest, mits je de periode maar lang genoeg nam, maar de laatste tijd was het echt tobben. Hij had al maanden geen echte klus meer gehad (fakespeaches zijn zijn specialiteit). Het was echt maar een tijdelijke zaak want binnenkort was Mandoline (fakenaam) klaar met haar studie en kon ze aan de slag als advocaat. Bovendien na de zomer trekt de handel altijd weer aan, dan zouden alle problemen opgelost zijn. En als het allemaal echt mis zou gaan dan had hij altijd nog een prachtige Steinway, eigenlijk bedoeld als pensioenvoorziening…

We kennen elkaar al jaren, hebben vele serieuze gesprekken en vooral veel lol gehad. Zijn of mijn verleden, het was zelden een gespreksonderwerp, hoogstens een bron van grappen die alleen in die context leuk zijn (ach, je had er bij moeten zijn). Hij wist van mijn ‘moeilijke’ jeugd. Ik wist van zijn vreemde ontwrichte verleden; biologische ouders onbekend, geadopteerd en weer verweesd. Opgegroeid op een Engelse kostschool en achttien jaar oud naar Nederland verhuisd. Geen enkele familie behalve een zwervende schizofrene broer die ik nog nooit gezien had (hmm, nooit eerder bij stil gestaan). Hij was desondanks altijd op en top een gentleman, altijd oprecht (of briljant geveinsd) geïnteresseerd in mensen, maar dronk ook altijd te veel. Vlak voor een optreden nog meer en dan op het allerlaatste moment met de trein. Of als we erg veel lol hadden belde hij op dat hij ziek was. Hoe het werkelijk zat, ik zal het nooit weten.

Hij verbaasde zich er vaak over dat je op onze leeftijd (toen 36) nog iemand tegen kon komen met wie het direct klikt en met wie je nog een echte band kan ontwikkelen, een echte vriend. Ik was wat terughoudender, het zal terugkijkend niet zonder betekenis zijn geweest, maar ik merkte ook wel dat hij altijd goede intenties had, maar zich eigenlijk nooit aan zijn woord hield. Het verband tussen zijn gedrag en het teruglopende inkomen was niet moeilijk te leggen.

De laatste keer dat ik hem zag was op een bruiloft. Hij was hartelijk als altijd, als twee kleine kinderen hadden we direct weer de grootste lol. Ik zag mensen om me heen afhaken, maar wij begrepen elkaar met een half woord. Toch wordt het nooit meer zoals het was. Ik vergeef hem zijn leugens in een oogwenk, dat is niet wat tussen ons blijft staan, het is zijn onvermogen om ook maar iets aan zijn gedrag te veranderen, om op te houden met liegen. Om één stap te doen, om één belofte, hoe klein ook, na te komen, niet zo zeer aan mij, maar vooral aan hemzelf.

Ik vraag me geregeld af hoe het was gegaan als ik hem echte hulp had gegeven … in plaats van geld. Was ik daar wel toe bereid geweest? Was ik wel bereid om zo intiem te worden dat ik hem echt kan helpen? Was ik bereid om zo dicht op zijn huid te zitten dat ik hem kan helpen om zijn gedrag of de omstandigheden waarin hij telkens in het gedrag vervalt dat hem in de problemen brengt te veranderen? Was ik bereid om mijn eigen belangen, mijn agenda, ondergeschikt te maken aan zijn problemen? Zou hij het überhaupt accepteren? En hoe meer ik er over navoel, ben ik het nu? En zo niet, voor wie dan wel? Mijn vrouw – absoluut! Maar mijn familie? Mijn vrienden?

Dagelijks word ik voor dit duivelse dilemma geplaatst, de eindeloze reeks van goede doelen die me chanteren met beelden van een wereld die lijdt. Een toestand die ik zelf in stand houdt door hem te financieren. En als ik wat minder zielig doe en eens om me heen kijk dan zie ik het patroon overal. Een injectie om de banken overeind te houden of de Japanse economie. Ontwikkelingshulp, geld voor de opvang van zielige honden, katten, apen. Het eindeloos subsidiëren van landbouw (en dan ineens stoppen). Kinderbijslag, opvang van daklozen, methadonbussen.

Allemaal geld dat ervoor zorgt dat de bestaande toestand en het bestaande gedrag in stand gehouden kan worden. Dat is geen hulp, dat is gebrek aan betrokkenheid, dat is gemakzucht, welbegrepen eigenbelang. Dat is “arme mensen helpen [lees: geld geven], omdat ze anders radicaliseren” (Cohen). Misschien is dit de echte erfzonde, de zonde waarmee we allemaal geboren worden en waarvan je alleen aan het eind van je leven kan zeggen of je er voldoende aan gedaan hebt of dat je je absolutie afgekocht hebt. Denk daar maar eens over na neo-katholieke Wesley (zo, toch nog een WK referentie).
Rick Dekker

Labels: , , , , , ,

geplaatst door De redactie om 16:14
02 juli 2010
 
Column: Living dangerously
Op de lagere school verslond ik boeken uit het minibibliotheekje dat op vrijdagmiddag gerund werd door moeders. Hij stond me toe te lachen: Oorlogswinter met zijn donkerblauwe omslag. Eindelijk dan, na tijden in stilte hopen. Een nieuwe wereld, spannende avonturen, heerlijke leesuren. Maar het ging niet gebeuren. Ik weet nog precies wie de verbiedende moeder was. Geen waarom. Mijn moeder kreeg wel antwoord: ik was veel te jong. Ze haalde het boek toen maar uit de stadsbieb, we hebben het er even over gehad, ik heb het verslonden. In diezelfde tijd leende mijn oude kleuterschooljuf mij het leuke boek ‘De meester van de zwarte molen’ waar ik nachten van wakker heb gelegen. In de 6e klas las ik uit hetzelfde biebje 'De negerhut van oom Tom'. Blijkbaar geschikt geacht. Niemand die me tegenhield. Het maakte grote indruk en ik moest regelmatig van ver komen als we weer klassikaal aan de slag gingen.

Ik moest hieraan denken toen ik van de week naar tv-programma’s keek die steeds voorafgegaan werden door een waarschuwing: in dit programma komt flash photography voor, in deze documentaire hoor je schuttingtaal, in deze aflevering worden dieren geslacht. Die laatste ging over Lagos, waar mensen op een vuilnisbelt leven: een fascinerend inkijkje hoe afval van de één het hele leven voor de ander is. Blij was ik niets van de geur mee te krijgen, ook toen de documentairemaker het verband legde met de verderop gelegen koeienmarkt: alles van de dieren wordt gebruikt tot het bloed aan toe, waar een handige jongen een omgerekend 12 euro per week aan overhield. Allemaal mensen met een nuchterheid, openheid, sociale verbindingen en optimisme waar menig westerling een puntje aan zou kunnen zuigen als ie dat zou willen. Had ik allemaal gemist als ik van te voren was weggelopen door de waarschuwing. En trouwens: zijn beelden van mensen die op een vuilnisbelt leven minder heftig dan de dagelijkse - ook bij ons - bezigheid van het slachten van dieren? Waarom daarover geen ‘waarschuwing’?

Waarschuwingen, aanwijzingen, voorverpakte pakketjes: welgemeend, helpen ze? En: wat mis je als je je daardoor laat leiden? In hoeverre gaat het ten koste van het doen van je eigen ontdekkingen, ons vermogen om te kunnen dealen met wat we in het leven tegenkomen? Heb je ook nog de beelden op je netvlies van mensen die door een stofwolk opeens niet meer wisten te functioneren, hun eigen weg niet wisten te vinden, constant liepen te klagen omdat ze opeens met een geplopte bubbel zaten en slechts met hun eigen mogelijkheden met de wereld in aanraking kwamen?

Het vakantieseizoen staat voor de deur, bol van de uitdagingen. Veelkleurige Capitoolgidsen die met een sterrensysteem vertellen wat wel en niet de moeite waard is. Gebruik ze eens andersom: zo weet je hoe je de massa’s kunt ontlopen en waar je kunt zoeken naar andere plekjes met andere mensen en hun andere manier van doen dan je thuis gewend bent. Neem eens boeken mee zonder eerst de omslagtekst uitgebreid te lezen, of de laatste 2 pagina’s. Dwaal rond, volg je neus – de GPS op je telefoon helpt je altijd weer thuis te komen. Of moediger – er lopen vast mensen op straat die je aan kunt spreken.

Ik zal nooit de wandeltocht vergeten die volgens de gids vooral zwaar en gevaarlijk was. We liepen langs levada’s die hier en daar slecht onderhouden waren. Het zeer gevaarlijke punt waar we volgens de aanwijzingen echt moesten omlopen om uitglij- en valgevaar te voorkomen, hebben we volgens ons nooit gevonden. We zijn 1 andere wandelaar tegengekomen, de zwaluwen vlogen tussen ons door, kruiden groeiden op de plek waar we aten, de bramen hingen rijp aan de struiken. Als je na de pluk één stap teveel achteruit deed, zou je meters omlaag vallen – pas op! Fijn als iemand dan met je meekijkt. En je bent er altijd zelf nog bij. Leven is toch vooral ontdekken en daarvan genieten?

Imelda Schouten

Labels: , , , , ,

geplaatst door De redactie om 14:42
28 juni 2010
 
Column: Wiens verhaal is uw verhaal?
Zo ongeveer elke dag stelt iemand me de vraag: “Hoe zal het nou verder gaan?” Ik weet dan niet wat ze met het bedoelen en vraag daar dan naar. In veel gevallen komt er geen duidelijk antwoord. Ze puzzelen tussen de uitslag van de verkiezingen, hoe Nederland ervoor staat, wat de onderstroom is die de uitslag verklaart, hoe het met de financiële crisis verder gaat, de veranderingen van het klimaat, wat voor regering we zullen krijgen. Ik interpreteer het intussen als zorgen over de toestand waarin we verzeild zijn geraakt.

Opvallend is dat als je begint over de toestand waarin we leven, de overgrote meerderheid van de vragenstellers snel afhaakt. Deze mensen willen concrete antwoorden, in de trant van: je hoeft je geen zorgen te maken, want dit of dat staat te gebeuren. Ze zijn gesteld op hun harmonie, op het leven dat ze leiden. Willen weten of ze zich zorgen moeten maken over hun inkomen, gezondheid, carrière, pensioen of de carrière van hun kinderen. Kortom, of ze het leven kunnen blijven leiden dat ze hebben. Stellen ze je de vraag in de context van de organisatie waarin ze werken, dan willen ze horen dat die organisatie toekomst heeft, dat ze zich op dit of dat moeten aanpassen, maar dat ze zich geen zorgen hoeven te maken over grote veranderingen of dat niet zij maar de top van hun organisatie zou moeten veranderen. Dat laatste oordeel kom je vaker tegen.

De mensen die echt geïnteresseerd zijn in de toestand waarin we zijn geraakt, willen daarover praten. Ze zien evolutionaire ontwikkelingen en implosies, vertellen wat zij meemaken, zijn open, beseffen dat we niet kunnen vasthouden aan hoe het ging. Je raakt met hen in gesprek, je wisselt beelden en verwachtingen uit. Bijna altijd eindigt het in verhalen over hoe vast het zit, hoe moeilijk veranderingen van de grond komen, hoe vernieuwing buiten bestaande organisaties om verloopt, waar dat al aan de gang is, hoe je er zelf mee aan de gang kunt.

Dan is er een stevige groep die werkt in instituten en politiek actief of sterk geëngageerd is. Ze zijn geïnteresseerd in wat je zegt en waarneemt, maar plaatsen dat direct in de opvattingen van de heersende politieke en ambtelijke klasse. Bijvoorbeeld: je vertelt over de veranderingen in de oriëntatiemix in de samenleving en de gevolgen daarvan. Gisteren kreeg ik daar bijvoorbeeld op terug dat daaruit blijkt dat Balkenende de kern van de problemen wel doorzien heeft. Hij had immers normen en waarden op de kaart gezet maar dat niet goed uitgewerkt. Om dan te vervolgen met een mening hoe Den Haag dat wél zou kunnen uitwerken en vertalen in concepten. Als je zegt dat ze dan in dezelfde valkuil stappen waarin Balkenende viel, kijken ze je vuil aan. Meestal zijn ze direct al zo kwaad dat ze niet verder met je willen praten, laat staan vragen om uitleg van je opmerking. Je mag hun manier van denken en handelen niet ter discussie stellen, laat staan dat ze door jouw manier van kijken daarvan afstand zouden (kunnen) nemen. Ze representeren het grote leger van mensen dat met de politiek en de ambtelijke klasse is verbonden. Ze doen wat de eerste groep vragenstellers ook doet: zoeken naar mogelijkheden om aan hun huidige manier van leven vast te houden. Alleen bekleden ze functies waarmee ze in staat zijn instituten en organen van de democratie vast te zetten. En daarmee zetten ze ook ontwikkelingen en mogelijkheden voor anderen vast.

In de praktijk is het genuanceerder dan het beeld dat ik hier schets, maar het is voldoende om te begrijpen dat een Publieke Omroep die zich baseert op kijkcijfers en de verbinding met de leiding van de politieke en bestuurlijke organen van de maatschappij hoog in het vaandel heeft, niet de evolutionair verlopende veranderingen in de samenleving en maatschappij zal doorgeven. Nieuw opkomende politieke partijen komen dan bijvoorbeeld niet en nooit aan bod. Als die Publieke Omroep zichzelf verkoopt met "Wij vertellen uw verhaal" weet u wat u kunt verwachten. Ze is de totempaal van de gevestigde orde.

Wim van Dinten

Labels: , , , , ,

geplaatst door De redactie om 14:37
 
Column: De ondraaglijke lichtheid van de publieke omroep
De Publieke omroep, ik kan er niet meer naar kijken. Die grijns van Matthijs van Nieuwkerk met zijn guitige neusvleugeltjes, Ferry de Vermingelaar met zijn eergisteren-vijf-uur-schaduw die hem twintig jaar geleden al de uitstraling van een Haagse oefenhockeybal in het veertiende seniorenteam gaf, Sven Kockelman met zijn ik-snap-geen-zak-van-wat-je-zegt-maar-dat-hoeft-ook-niet-want-ik-ben-een-keigoede-journalist-en-jij-maar-een-beetje-rare-nerd-blik, Peter van Ingen, Robin Trip, Klerrie Polak, Jeroen Paul, Pauw Witteman, professionele sidekick Jan Mulder, Knevel, Brink, Hilbrand en sinds kort ons statistisch mirakel: Maurice de Hond. Onze publieke omroep coryfeeën (poc’en), ik heb geen hekel aan ze, ik ben niet jaloers en ik neem het ze niet persoonlijk kwalijk (behalve Peter van Ingen dan, die had al die jaren geleden na dat gesprek met Ischa Meijer gewoon moeten stoppen), maar wat ze brengen is van een zo verblindende lichtheid dat ik het gewoon niet meer aan kan zien.

Het ligt aan mij. Ik ben blijven hangen in het ouderwetse gevoel dat televisie en journalistiek iets betekenen voor de maatschappij en de samenleving. Dat ze een essentiële rol hebben als venster op de wereld. Dat ze misstanden aan de kaak stellen en ons informeren over wat er om ons heen gebeurt en ons helpen om er patat van te bakken. Dat ze de antwoorden zoeken op vragen die ik als wereldburger (dat is iedereen inmiddels) zelf zou willen stellen, zoals:

Hoe is het nu met de banken en de verzekeraars? Is er nou iets veranderd, wat is dat en gaat het helpen? En waarom draaien banken toch steeds vaker de geldkraan dicht voor kleine ondernemers, ondanks de miljarden steun? Of hoe zit het met de bijenkoloniën die ‘collapsen’? Had Einstein gelijk? Hoe zit het met het recentelijk openstellen van de Europese markt voor genetisch gemanipuleerde producten? Waarom blaast iemand zich op tijdens een bruiloft of rijdt iemand op een mensenmassa in? Wie is Craig Venter en waarom is er geen discussie over het synthetisch leven dat hij heeft gecreëerd? Wat zijn de consequenties van een land vol camera’s? Wat is de legitimiteit van een overheid om belasting te heffen als alles een markt wordt, solidariteit verdwijnt? Waarom word ik de dag nadat ik me heb ingeschreven bij de KvK overspoeld met reclame? Waarom helpt het CWI mensen alleen met solliciteren terwijl er inmiddels ruim een miljoen ZZP’ers zijn? Wat zijn na al die jaren de consequenties van het Schengen-akkoord? Waarom mislukken zoveel infrastructurele projecten? Hoe is het eigenlijk met de HSL? Waarom wordt de zorg steeds duurder, ondanks alle bezuinigingsmaatregelen? Sterker, waarom wordt alles steeds duurder, ondanks alle bezuinigingen? Werken die maatregelen eigenlijk wel? Hoe kan het dat sinds de euro alles nu bijna twee keer zo duur is terwijl de inflatie nooit meer is geweest dan 1 of 2 procent? Hoe zit het met de marktwerking op het spoor? Of in de energiesector? Onder welke omstandigheden kan een markt eigenlijk werken? Waarom biedt mijn energiebedrijf mij groene energie aan, krijg ik dan andere stroom? Waarom moet ik tegenwoordig mijn gelijk gaan halen waar ik het vroeger kreeg als ik het had? Waarom ontsporen steeds meer jongeren? Hoe gaat het met het onderwijs? Wat is een profielwerkstuk? Trekken de sterken de zwakken werkelijk omhoog of is het andersom? Hoe is het met de integratie? Heeft het beleid gewerkt? Wat was het beleid eigenlijk? Hoe gaat het met de alternatieve energie, wind of zon? Moeten we dat soort vraagstukken overlaten aan Beau van Erven-Dorens? Zo kan ik nog wel even doorgaan. Waarom komt iemand uit Brabant mijn schoorsteen (in ZH) vegen? Hoe is het met de Tsunami slachtoffers, en die van Haïti, New Orleans? Waarom zijn zo veel Somaliërs piraat? Zal ik nog verder gaan? Waarom wil Turkije niet meer bij de EU? Hoe kan het dat Zalm niks wist? Hoe kan het trouwens dat niemand meer ter verantwoording geroepen wordt als achteraf blijkt dat hun beweringen op niets gebaseerd waren? Zeg, waren er bij de afgelopen verkiezingen niet 7 nieuwe partijen?

Gelukkig staan we op de rand van een overgang van de functie van televisie. Met de integratie van internet en de televisie krijgt dat medium een hele andere betekenis. Niet langer zitten we vast aan de selectie van omroepen, publiek of commercieel. We maken onze eigen selectie of kijken naar de tips van onze vrienden. Overal ontstaan providers, zoals Hulu (maar ook KPN en de BBC) die toegang verschaffen tot content, in plaats van de selectie van een netcoördinator door te zenden. Content die iedereen tegenwoordig kan maken. Dan kunnen ze in Hilversum tussen de reclames door elkaar blijven interviewen, maar wie kijkt daar dan nog naar als alles on-demand is, zonder gedwongen winkelnering en met de vinger op de fastforward knop? Zou er nog iemand kijken naar een verkiezingsdebat? Waarschijnlijk wel, maar wie zou het organiseren?

Rick Dekker

Labels: , , , , ,

geplaatst door De redactie om 14:28
 
Column: Van kennis naar kijken
Zaterdag - Eurovisiesongfestivaldag, onmisbaar als je de tv aanzette. ‘Wij’ deden weer niet mee in het hoofdtoernooi, dat had ik al opgevangen zonder te hoeven kijken. Ik ben nog uit de tijd van dat je de deelnemende landen net op je eigen vingers en tenen kon natellen, met vvv-promotiefilmpjes. Met serieus gemeend commentaar over vals zingen en hoge noten. En verontwaardiging als partijdigheid het won van kwaliteit. De tijd dat ‘wij’ Israël 12 punten gaven en er dan een miezerige 2 voor terugkregen. Oh, ik hoor net van rechts dat we dat nog steeds doen.

Inmiddels is het songfestival van een live tv-experiment verworden tot inkomenskanon. Elke Europeaan kan 20 keer telefonisch stemmen en landen kunnen tegen betaling een goede plaats in de spotlights bemachtigen. De liedjes zijn acts, waarbij je niet hoeft te kunnen zingen. Zolang het maar vermaak, geld en kijkcijfers oplevert. Niet noodzakelijkerwijs in die volgorde.
Ook serieuze muziekprogramma’s worden in die lijn beoordeeld. De finale van het internationaal vermaarde, en veel oudere, Elisabeth-concours (hoe zegt u?) die wel 6! doordeweekse avonden telt, werd vroeger integraal op tv uitgezonden, maar is inmiddels teruggebracht tot samenvattingen. Hoe doe je dat met 12 finalisten, die ieder zo’n 2 uur lang 3 stukken spelen, waaronder een concert met orkest?
Op de Vlaamse tv en teletekst wordt zondagochtend gemeld wie er gewonnen heeft: de voor de gemiddelde Belg onbekende Rus Denis Kozhukhin. En verder bestaat het nieuws tot ver in de namiddag uit, jawel, de Duitse overwinning bij het songfestival. De NOS meldt ’s avonds wél de uitslag van het concours. Maar het is alleen omdat een Nederlander 3e is geworden. De 1e en 2e plaats worden niet eens genoemd. Laat staan dat de Nederlandse jongeman interessant is. Hij is niet bekend. Het enige interessante is die ie Nederlander is. Hij mag een paar dagen later bij Knevel en Van der Brink 5 minuten zendtijd vullen.

Een vergelijkbaar patroon zie je terug in allerlei tv-programma’s: bekende mensen die erin aandacht krijgen, gewoon omdat ze bekend zijn. Niet omdat ze iets interessants of moois voortbrengen.
Of degenen die commentaar geven op de verkiezingsprogramma’s: ze worden gevraagd omdat ze op de een of andere manier in het potje van ‘geschikte en bekende tv-verschijningen’ zijn gekomen. Ze zijn wellicht niet geheel vervelend om tegenaan te kijken. Maar verder brengen ze alleen pratend behang voort. Ken je die momenten in een wielerwedstrijd op tv? Wanneer Mart Smeets en Maarten Ducrot pas een uur onderweg zijn, Mart niet helemaal goed van de avond ervoor is thuisgekomen en ze met elkaar nog 7 uur uitzending moeten? Dan vallen er van die momenten in de uitzending waarbij ze de tijd op de automaat volpraten omdat je als kijker anders denkt dat je toestel kapot is. Dat soort pratend behang.
Of de politici die je in hun dagelijkse talkshow ziet optreden: ze worden gevraagd omdat ze verdacht veel lijken op die bekende mensen wier hoofd de verkiezingsfolders sieren. Maar niet omdat ze nou direct iets zinvols of vertrouwenwaards te melden hebben waar je als kiezer blij van wordt. Zeg nou zelf.

De conclusie die je hier in ieder geval uit kunt trekken is dat de democratie die gebaseerd was op inzicht, overzicht, kennis delen en inhoudelijke bijdragen aan de samenleving, is overgegaan in een democratie met populariteitswedstrijden waarin acteren, aandacht krijgen en vasthouden, je uiterlijk meehebben en of je vriendelijk kunt lachen zonder dat anderen dat als strategie opvatten, de aandacht van de media en journalisten bepalen. Of we dat nou fijn vinden of niet, die klok draaien we niet terug. Hij draait vrolijk verder door de nog steeds groeiende invloed van de beeldcultuur die via tv, film en internet verspreid wordt. Tegelijkertijd, met de steeds complexere vragen waarvoor we als samenleving gesteld staan, blijft er een onuitwisbare plaats voor inhoud, overzicht en kennis. Al moet je die wel zelf opzoeken. Ik hoop dat u die weet te vinden en dat u ook meedoet. Wij doen in elk geval ons best.

Imelda Schouten

Labels: , , , , ,

geplaatst door De redactie om 14:23
 
Muntstraat 25 | 3961 AJ Wijk bij Duurstede | T (0343) 59 58 02 | F (0343) 59 58 01 | E info@sezen.nl